Een Britse bommenwerper van het type Avro Lancaster III stortte op 23 september 1944 neer aan de Humeloseweg nabij Zelhem. Het vliegtuig kwam vrijwel verticaal terecht. Doordat een deel van de bommenlast nog aan boord aanwezig was, volgde er een enorme explosie waarbij zes van de zeven bemanningsleden omkwamen. Het vliegtuigwrak en de omgekomen bemanningsleden zijn nooit officieel geborgen. De gemeente Bronkhorst besloot het vliegtuigwrak om veiligheidsredenen en uit piëteit voor de nabestaanden te laten bergen.  

Doel van de vliegtuigberging

De gemeente had met de vliegtuigberging meerdere doelen voor ogen: het saneren van de boden en ruimen van eventuele explosieven, maar ook het scheppen van een concreter beeld van de gebeurtenis voor de nabestaanden en de herdenking. Daarnaast worden de onderzoeksresultaten en vondsten van materiële resten gebruikt voor educatieve doeleinden.

Archeologische begeleiding

Omdat er zich nog explosieven afkomstig uit het wrak in de ondergrond konden bevinden, was het van groot belang de werkzaamheden veilig uit te voeren. T&A heeft de bergingswerkzaamheden daarom onder WSCS-OCE condities uitgevoerd, maar ook archeologisch begeleid.

Identificatie van het vliegtuigwrak

Op 23 oktober 2013 werd bekend dat het neergestorte vliegtuig inderdaad de Lancaster ED470 betrof. Bij het schoonmaken van de laatste gevonden onderdelen is een stuk pantserplaat tevoorschijn gekomen waarop het nummer 470 is geverfd. Hiermee is het gecrashte vliegtuig in Zelhem geïndentificeerd. In de krater zijn geen grote explosieven of stoffelijke resten aangetroffen. Na de berging kon het opsporingsgebied vrij van explosieven worden verklaard.






In september 2019 is een bijzonder meerjarenproject van start gegaan, in het kader waarvan vele tientallen vliegtuigwrakken met vermiste bemanningsleden uit de Tweede Wereldoorlog worden geborgen. Het kabinet reserveerde vorig jaar 15 miljoen euro voor de omvangrijke klus. Dat er 75 jaar na de oorlog nog steeds wrakken met stoffelijke resten in de grond of op de zeebodem liggen is vooral een financiële kwestie. Bij het opgraven van de wrakken draagt het Rijk 70% van de kosten en de overige 30% is voor de betreffende gemeente.

Kansrijke bergingen

De Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 (SGLO) overtuigde de Haagse politiek om iets aan die situatie te doen en stelde een lijst samen met kansrijke bergingen. De SGLO doet al jarenlang onderzoek naar neergestorte vliegtuigen en hun bemanning. Gedurende de Tweede Wereldoorlog gingen ruim 5500 vliegtuigen in Nederland verloren. Van een groot deel hiervan liggen nog restanten in Nederlandse bodem. In ongeveer 400 vliegtuigwrakken zijn waarschijnlijk nog stoffelijke resten van bemanningsleden aanwezig. Recent onderzoek toont aan dat het aantal locaties waar met enige mate van zekerheid stoffelijke resten van vermiste bemanningsleden kunnen worden aangetroffen beperkt is. Naar inzichten van het SGLO gaat het om 30 tot 50 locaties.

Berging Short Stirling Echt-Susteren

Het eerste vliegtuig in de reeks kansrijke bergingen met vermiste vliegers is een in 1942 neergestort RAF-toestel, de Short Stirling W7630 MG-M. De opgravingen in Echt-Susteren, Limburg, gingen  op maandag 16 september 2019 van start. Tijdens de terugvlucht uit Düsseldorf belandde het kapotgeschoten toestel in september 1942 op een veld dat eigendom was van een abdij. Twee militairen wisten met een parachute te ontkomen, een van de vliegers overleefde de oorlog. Twee anderen werden dood gevonden en zijn direct begraven. De vier overige inzittenden zijn vermist en zij worden dus waarschijnlijk na bijna tachtig jaar opgegraven

Rol T&A Survey bij vliegtuigbergingen

T&A Survey heeft voor de berging van de Short Stirling de horizontale en verticale afbakening van het gecrashte vliegtuig volledig in kaart en beeld gebracht, alsmede de milieukundige situatie en de bodemgesteldheid. Dezelfde werkzaamheden heeft T&A inmiddels ook uitgevoerd voor een vliegtuigberging in het Markermeer. Naar verwachting zullen in de komende jaren gemiddeld drie vliegtuigbergingen per jaar plaatsvinden in het kader van dit project.

Lees meer over dit project:






T&A Survey heeft voor de Gemeente Almere een detectie- en afbakeningsonderzoek uitgevoerd naar de vermoedelijke wrakstukken van een tijdens de Tweede Wereldoorlog in het Markermeer gecrashte Britse bommenwerper. Doel van het onderzoek is de berging van het vliegtuig in het kader van het Kansrijke Bergingen project van de Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 (SGLO).  

De Crash

De Short Stirling Mk III is in de nacht van 29 op 30 mei 1943 circa 3.5 km uit de kust van Almere neergestort. Het vermoeden bestond dat er zich tussen de wrakstukken ook de stoffelijke resten van de bemanningsleden en (een deel van) de bommenlast bevonden.  

Detectieonderzoek

Voordat tot een daadwerkelijke berging overgegaan kan worden, moest een detectieonderzoek plaatsvinden. Doel was de nauwkeurige plaatsbepaling en diepte-analyse van de spreiding van de wrakdelen en eventuele bommen. Hiervoor is gebruikgemaakt van ferro en non-ferro detectietechnieken die met een survey boot over de onderzoekslocatie werden verplaatst.

Afbakeningsonderzoek met duikers

Het detectieonderzoek heeft geresulteerd in diverse verstorende objecten en locaties. De opdrachtgever wenste een nader onderzoek met gecertificeerde duikers op een aantal locaties buiten het afgebakende bergingsgebied, om met meer zekerheid te kunnen bepalen of de bergingslocatie mogelijk uitgebreid moest te worden. Uitgerust met een metaaldetector of gradiometer en videocamera hebben de duikers de verstoringen geherlocaliseerd en kon de identificatie beginnen. Daar waar de verstoring diep in de sliblaag lag, is het slib met zuigpomp verwijderd en door een zeefinstallatie geleid. Hierdoor werd de kans op het missen van mogelijk bewijsmateriaal uitgesloten.  

Resultaten

Op een aantal locaties zijn restanten van het vliegtuigwrak aangetroffen. De onderzoeksresultaten zij gerapporteerd en geëvalueerd met de  Stafofficier Vliegtuigberging (SOVB), de verantwoordelijke voor de vliegtuigberging. Door dit uitgevoerde onderzoek was het mogelijk om de uiteindelijke berging in de markt te zetten. Door de enorme verspreiding van de restanten van het vliegtuigwrak lijkt het bergen nog een behoorlijke klus te gaan worden.  

Foto rechts onder: deel landingsgestel aangetroffen op locatie.




Opdrachtgever Projectdoel
Gemeente Almere
Afbakeningsonderzoek t.b.v. berging Short Stirling MKIII BK716
Gemeente Echt-Susteren
Afbakeningsonderzoek t.b.v. berging Short Stirling W7630 MG-M
Gemeente Bronckhorst
Archeologische begeleiding berging vliegtuigwrak uit WOII te Zelhem
Provincie Friesland
Afbakeningsonderzoek crashlocatie van een Lancaster vuilstortplaats Ald Dwinger
Waterschap Vallei en Veluwe
Afbakeningsonderzoek crashlocatie nabij Molen "De Vlijt" te Wapenveld
Gemeente Werkendam
Afbakeningsonderzoek crashlocatie Lancaster te Werkendam